logo Jongerenvertegenwoordigers

Overhoop / Over Hoop

donderdag 24 maart 2016
Door: Esther van Duin

In het voorbereiden voor vandaag had ik eigenlijk verwacht dat mijn verhaal zo uit mijn pen zou vallen. Ik werd ten slotte gevraagd mijn ideeën over hoop met jullie te delen. En wat kan daar nou helemaal lastig aan zijn? Ik ben ten slotte zelf jong en hoopvol voor de toekomst. Stel je dan ook mijn verbazing voor toen ik achter mijn laptopje plaats nam en er he-le-maal niks kwam. 

Ik bleef namelijk nogal hangen op de basale vraag ‘Wat is hoop? En wat kunnen we ermee?’.

Als een goede Millennial surfte ik even naar Wikipedia voor een snel antwoord. Volgens Wikipedia is hoop ‘’de onzekere verwachting dat een bepaalde gewenste gebeurtenis zal plaatsvinden’’.  Hoop is dus onzeker, een verwachting en duidt op iets positiefs. Dat klinkt goed.

Voor de zekerheid heb ik ook old-school, nog even het woordenboek erop nageslagen. Die definitie komt aardig overeen met die we net vastgesteld hebben. Hoop is een ongeordende stapel, een zekere mate van verwachting van iets goeds of iets graag willen of wensen. So far, so good. 

Voordat we verder gaan wil ik eerst even een aanname checken. Wie van jullie hier denkt dat hij of zij hoop heeft? Steek dan even je hand op. Ik stelde net dat ik jong en hoopvol ben. Ik heb hoop.

Volgens filosoof Bertrand Russel komt extreme hoop voort uit extreme ellende. ‘’Extreme hopes are born from extreme misery’’. Niet direct de positieve associatie die wikipedia, van Dale en, laten we wel wezen, ons gezonde verstand ons voorschotelen. Toch staat de geschiedenis en populaire cultuur bol van voorbeelden van een verband tussen extreme ellende en extreme hoop. En het zijn geen obscure verhalen die niemand kent. Met het risico van een paar spoilers ga ik er toch een aantal bespreken.

Denk maar eens aan Harry Potter, die hoopt de toverwereld te bevrijden van Voldemort, de ultieme slechterik die zijn ouders vermoorde waardoor hij liefdeloos op moest groeien bij zijn oom en tante. Harry’s hoop en moed wordt geboren uit de extreme ellende die Voldemort teweeg gebracht heeft.

Of denk wat verder terug aan de werken van Karl Marx, voor de politiek geschoolden onder ons. Die in het Communisme een onvermijdelijk ideaal zag waarbij de 19e eeuwse Engelse fabrieksarbeider zou ontkomen aan het verpauperde bestaan. Dit is ook goed voorbeeld van hoe hoop in de praktijk niet altijd even goed uitpakt.

Maar ook sinds het begin van de beschaving, de oude Grieken, zien wij deze connectie tussen hoop en ellende. Wie kent niet het verhaal van Pandora. Naar de aarde gezonden door Zeus met een doos vol ellende en een ontegenzeggelijk nieuwsgierige aard. Het verhaal gaat dat Pandora zich niet kon bedwingen en de deksel van de doos oplichtte om even te gluren, waardoor alle ziektes, misere en ellende uit de doos vlogen. Het enige dat over bleef was de hoop. Op de bodem van de doos. Geboren uit alle ellende.

Hoop en ellende lopen als een rode draad door het menselijk zijn. ‘’Extreme hoop wordt geboren uit extreme ellende’’. Het zet hoop, toch zo’n positief idee, in een nieuw daglicht. Het roept de vraag op of extreme ellende noodzakelijk is voor het ontstaan van extreme hoop. Zou Harry even hoopvol zijn als Voldemort niet bestaan had? Zou Marx zijn ideeën hebben ontwikkeld zonder de ellende van de Engelse fabrieksarbeider? Is ellende een voorwaarde voor het bestaan van hoop?

Zoals gezegd veronderstelt hoop verbetering, een wens, de verwachting van en uitzicht op iets goeds. Hoop heeft dus altijd te maken met iets dat in de toekomst ligt. Nog moet gaan gebeuren. Het heeft weinig zin te hopen dat ik vorige week de lotto won. Ik weet ten slotte dat dat helaas niet gebeurt  is. Wel kan ik hopen dat als ik vanavond thuis kom, mijn huisgenoot de afwas gedaan heeft. Een gebeurtenis die dan in haar verleden ligt, maar in mijn toekomst. Ik kan ook nog steeds hopen de lotto te winnen maar ik vermoed dat voorwaarde daarvoor is dat je een lot hebt. Dus die kans is wel erg onwaarschijnlijk. 

 Zelf denk ik dat Russel een punt heeft. Extreme hoop komt voor uit extreme ellende. Maar dat betekent niet dat ellende een voorwaarde is voor het bestaan van hoop. Het niet winnen van de lotto, of een huisgenoot die de afwas niet gedaan heeft is geen ellende. Het is hooguit ongemak.

Volgens mij is hoop hebben vergelijkbaar met het beklimmen van de tafelberg in Zuid-Afrika.  De voet van de berg is de diepste ellende, je moet ten slotte nog helemaal omhoog. De weg omhoog is moeilijk, stijl en vergt veel van je. Met elke stap die je zet merk je echter dat je hoger komt. Je kan achterom kijken en zien waar je vandaan komt. Maar je kan ook omhoog kijken en zien dat de top steeds minder ver weg is. Dit beklimmen van de berg is wat ik zie als positieve hoop.

 Op een gegeven moment bereik je de top van de tafelberg, het plateau. Je kan uitkijken over de ellende aan de voet maar niet meer precies onderscheiden waar je zelf vandaan komt. Je vindt nog wel wat reliëf op de top maar de hoogteverschillen zijn verwaarloosbaar. Je hebt een staat bereikt waarin je hoop verandert. De extreme, positieve hoop, gevoed door zicht op zowel de ellende, als de top heeft zich omgevormd naar de hoop niet van de berg af te vallen in de richting van de ellende. Dit is wat ik zie als negatieve hoop. Hoop voor het gebeuren van iets positiefs verandert in hoop tegen het gebeuren van iets negatiefs.

 Als we eens een blik werpen op de huidige maatschappij is die negatieve hoop overal te zien. Volgens de kranten rollen wij momenteel van de ene crisis in de andere. Van de bankencrisis naar de eurocrisis en nu de vluchtelingencrisis. 

Maar is deze negatieve hoop daadwerkelijk hoop? Als ik hoop dat iemand waarvan ik hou niet ziek wordt, is dat dan hoop? Als ik hoop dat de aarde niet nog verder opwarmt? Is dat hoop? Of is dit een verkapte vorm van ellende? De vorm van angst.

 Ik ben bang dat er iemand waarvan ik houd ziek wordt. Dus ik hoop dat het niet zo is. Ik ben bang voor de gevolgen van vluchtelingen op mijn leefwereld. Dus ik wil dat zij er niet zijn. Angst is een slechte raadgever. Maar angst die zich vermomd als hoop is nog veel gevaarlijker. Hoop is ten slotte een goed iets. Dus een akkoord dat mensen in nood een veilige haven weigert, moet wel een goed iets zijn. 

Gelukkig is hoop niet verloren aan angst. Als ik om me heen kijk zie ik zoveel positieve hoop. Echte hoop. Van Dale hoop op iets goeds. Deze hoop is krachtiger dan angst. Daarvan kent de geschiedenis ook genoeg voorbeelden. 

Marten Luther King bijvoorbeeld, die zijn hoop, zijn droom, hardop uitsprak en daarmee duizenden mensen op de been kreeg tegen racisme in de Verenigde Staten. Of Rosa Parks die weigerde achterin de bus te gaan zitten omdat zij zwart was. Malala Yousafzai die haar hoop voor onderwijs voor zichzelf en alle andere kinderen uitsprak.

Angst en ellende heeft geprobeerd deze hoop te smoren. Haar de kop in te drukken. Marten Luther King werd vermoord, Malala door haar hoofd geschoten door de Taliban. Maar poging en resultaat de mens het zwijgen op te leggen heeft geen weerslag op hun hoop. Ook als Marten Luther King het niet meer zelf kan zeggen, bestaat zijn droom nog. En word deze gedeeld door miljoenen. De stem van Malala klinkt nu enkel luider.

Extreme hoop wordt misschien geboren uit extreme ellende. Ellende, angst en ongenoegen wordt altijd vergezeld door haar eigen anti-these. Het wordt vergezeld door hoop.

Dante Allegheri liet in de Goddelijke Komedie zichzelf afdalen door de kringen van de hel. Aan de poort las hij de woorden ‘’All hope abandon, ye who enter here’’. Dante legde de vinger op de zere plek. Hel was voor hem een plek zonder toekomst. En daarom ontdaan van alle hoop. Zij die binnen traden tot de hel konden geen hoop meer hebben. Maar misschien nog belangrijker is dat hel, of ellende, altijd ondergeschikt is aan hoop. Hel trilt op zijn grondvesten als hoop intrede doet. Net als bij Harry Potter, Marx en Pandora kan ellende niet voortbestaan zonder hoop. 

Is hoop dan voldoende? Als we maar hoop hebben dan verdwijnt de ellende vanzelf? Helaas werkt het niet zo. Om verandering teweeg te brengen zijn er drie dingen nodig. De drie D’s. Dromen, Durven, en Doen.

Als je jezelf, je omgeving of zelfs de wereld wil veranderen moet je kunnen dromen. Hoop is die droom. Iedereen heeft hoop (hebben we eerder gezien) en iedereen heeft dromen voor de toekomst. Hoop en dromen is als een brandstof. Het is wat je drijft en motiveert. Wat je warm maakt van binnen.

 Ten tweede moet je durven. Durf is nodig om je dromen hardop uit te spreken. Om je droom te delen met anderen. Om net als Marten Luther King of Malala Yousafzai te staan voor droom.

En ten derde is doen essentieel. Want dromen en durven zijn twee essentiele stappen maar ze betekenen niks zonder doen en blijven doen. Dromen en durven zijn de brandstof. Het doen, actie ondernemen en doorzetten zijn de motor die deze brandstof omzet.

Als ik met een jerrycan benzine over straat ga lopen, ga ik daar niet sneller van. Wanneer je echter een motor vindt om de benzine in te gieten, boek je snelle vooruitgang. Als hoop de brandstof is, is actie de motor.

Als VN jongerenvertegenwoordiger kom ik dit heel veel tegen in praktijk.  Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik zelf meestal af haak als ik in een verhaal hoor dat jongeren de toekomst hebben. Dit is namelijk natuurlijk waar maar het plaatst jongeren ook in het hokje van ‘later’. Later mogen wij ons laten horen. Later hebben wij zelf de macht. Inherent aan het feit dat jongeren de toekomst zijn en hebben is echter ook dat juist jongeren bakens zijn van hoop.

We hadden al bepaald dat hoop iets is wat altijd aan de toekomst relateerde. Daarom is het alleen maar logisch dat wij als jongeren meer hoop hebben. Toch is dit geen vrijbrief voor de oudere generatie om geen grote dromen of hoop meer te hebben. Ik ben er namelijk van overtuigd dat hoop een keuze is. De keuze om de status quo niet te accepteren maar je creativiteit de vrije loop te laten. De keuze om het heft in eigen hand te nemen en je eigen verhaal te schrijven.

Ik wil jullie hierbij graag het voorbeeld geven van Leroy. Leroy is voor mij altijd een ware inspiratie geweest. Ik heb Leroy in juli 2014 ontmoet op een conferentie in Brussel, toen ik net begon als Jongerenvertegenwoordiger.

Leroy is geboren en leeft in Guyana in Zuid-Amerika en ongeveer van mijn leeftijd. Guyana is een laag ontwikkeld land waar kinderen gemiddeld zo’n 8 jaar naar school gaan. Aangezien ze er de kleuterklas overslaan staat dat ongeveer gelijk aan groep 3 tot klas 2 van de middelbare school. 

Leroy was 7 toen zijn leraar een bordenwisser naar zijn hoofd gooide. Als gevolg hiervan werd hij blind. Hij maakte de basisschool af en startte aan zijn middelbare school maar kreeg nooit de hulp die hij nodig had om goed onderwijs te krijgen. Zelf zegt hij altijd dat hij zich er gewoon niet bewust van was dat school voor ziende kinderen anders was dan voor hem. Toen hij zich dit besefte weigerde hij bij de pakken neer te gaan zitten. 

Inmiddels maakt Leroy radio programma’s om aandacht te vestigen op kinderen en jongeren met een handicap in het onderwijs. Vorig jaar kreeg hij een award van de Engelse koningin voor zijn bewezen diensten. Leroy droomt van beter onderwijs voor kinderen met een handicap. Hij heeft de durf dit uit te spreken en onderneemt de actie die nodig is zijn droom waar te maken.

En zijn hoop werkt aanstekelijk. Inmiddels heeft hij een groep om zich heen verzamelt die met hem strijden voor hetzelfde doel en ze boeken succes. Hij heeft de keuze gemaakt zich niet neer te leggen bij de status quo. Maar te dromen, durven en doen.  

 Maarja, Leroy kende de extreme ellende waar Russel over sprak. Waar kunnen wij in Nederland nou nog op hopen? Is de hoop hier niet gewoon op. Dwalen wij niet door de kringen van Dante’s hel? Danwel zonder ellende, maar ook zonder hoop en toekomst? Staan wij op de top van de tafelberg, vol negatieve hoop niet naar beneden te vallen?

Ik weiger dit te geloven. Hoop is namelijk geen gegeven. Hoop is niet iets wat uit de lucht komt vallen. Hoop is een keuze. Het stelt gewone mensen in staat tot buitengewone dingen. Dus ik wil jullie nog een keer vragen om je hand op te steken als je denkt dat jij hoop hebt? Wij met hoop zijn onze toekomst. Wij zijn Nederlands toekomst. 


Print | Disclaimer | Naar boven |   Tweet plaatsen Update plaatsen Update plaatsen